Verleden jaar nam
Dominique Goblet, een van de weinige striptekenaressen van ons landje,
deel aan één van de internationale ateliers die het
Busselse avant-garde collectief Fréon organiseerde in het kader
van een Europees project. Het thema was Brussel; de atelier-vorm moest
het uitwisselen van ideeën bevorderen. Temperamentvol en eigenzinnig
als ze is, besloot Goblet algauw thuis te werken: als autochtoon kende
ze Brussel immers goed genoeg.
Het resultaat van haar deelname aan het atelier, Souvenir d’une
journée parfaite, is een combinatie van twee verhalen. In het
kaderverhaal bezoekt de verteller --- vermoedelijk Goblet zelf, want
zij valt graag terug op autobiografische elementen --- de strooiweide
waar twee jaar voordien haar vader is verast. Blijkbaar heeft ze de
plek nooit eerder bezocht, want ze kan zijn naamplaatje niet vinden.
Haar blik blijft hangen bij het naamplaatje van ene Mathias Khan,
dat de aanzet wordt van een tweede verhaal, ditmaal volledig fictief.
De dag dat Khan verneemt dat hij een terminale kanker heeft, verlaat
hij op botte wijze zijn vrouw en trekt bij zijn maîtresse in,
om van zijn laatste jaren te kunnen genieten.
Het vergankelijke der dingen staat centraal in Souvenir d’une
journée parfaite. Welk verhaal schuilt achter de ontelbare
voorwerpen op een rommelmarkt, welke emotionele waarde hebben de bezittingen
van een afgestorvene? Goblet neemt haar tijd om daarover in eenvoudige
potloodpagina’s te contempleren. Het zijn aangename pagina’s,
die perfect passen bij een druilerige herfstdag. Toch valt het gebrek
aan diepgang wat tegen. Het stoort niet, maar Goblets vorige boek,
Portraits crachés, greep naar de keel door de ijzingwekkende
directheid waarmee onkiese thema’s als incest werden behandeld.
Uiteraard is het Goblets volste recht om een mediterend boek te maken
in plaats van een striemend statement. Maar wie het stripmedium verrijkt
met een parel als Portraits crachés, schept nu eenmaal verwachtingen.
(mk)
).
|